Achtergrond

Focussen is als methode ontwikkeld door Eugene Gendlin, een Amerikaanse hoogleraar in de psychologie en filosofie aan de universiteit van Chicago. Hij onderzocht in de jaren zestig waarom sommige cliënten in therapie werkelijk veranderden en anderen niet.
Hij ontdekte dat ‘de succesvolle cliënt’ op een bepaalde manier met zijn problemen en zichzelf omging. Deze cliënt besteedde aandacht aan vaak nog vage innerlijke signalen; waarneembare, maar nog vage gevoelens. Hij tastte van binnen af hoe iets aanvoelde, emotioneel én lichamelijk. Dit was te zien doordat hij langzamer ging praten en naar woorden zocht om iets te beschrijven. Hij checkte als het ware van binnen of het klopte wat hij zei. Soms maakte hij hierbij ook nog ondersteunende gebaren die refereerden aan een lichamelijk gevoel. Dit alles deden de niet-succesvolle cliënten niet.

Gendlin c.s. bedachten dat deze bepalende attitude, die sommige cliënten uit zichzelf hadden, misschien ook wel was aan te leren. En naar aanleiding van verdere bevindingen werd daarna het focussen als een zelfstandige methode ontwikkeld. Focussen is dus oorspronkelijk als methode ontwikkeld door E. Gendlin binnen de cliëntgerichte psychotherapie. Maar nu wordt het steeds vaker ook binnen andere beroepsvelden gebruikt, zoals coaching, supervisie etc., zie cursustraject Focussen voor professionals en Opleidingen tot Focusbegeleider en -trainer.